Geboorte en opleiding
In 1806 in Londen geboren, werd hij thuis onderwezen door zijn vader, James Mill, en begon hij op driejarige leeftijd met Grieks.
Een open bibliotheek van ideeën
De vrijheid beschermen om anders te denken en te leven.
De Engelse filosoof, econoom en parlementariër John Stuart Mill verdedigde de individuele vrijheid, een utilitaristische ethiek die oog heeft voor de kwaliteit van geluk, en de gelijkheid van vrouwen en mannen. Door zijn vader opgeleid in de kring rond Bentham en vijfendertig jaar in dienst van de Britse Oost-Indische Compagnie, verbond hij een hervormingsgezind liberalisme met een imperiale loopbaan waarvan de vooronderstellingen eveneens kritisch onderzoek vragen.
In 1806 in Londen geboren, werd hij thuis onderwezen door zijn vader, James Mill, en begon hij op driejarige leeftijd met Grieks.
Na een verblijf in Frankrijk in 1820–1821 trad hij in 1823 in dienst van het Londense kantoor van de Britse Oost-Indische Compagnie.
Een innerlijke crisis in 1826 bracht hem tot poëzie en nieuwe gesprekspartners; in 1830 leerde hij Harriet Taylor kennen.
Een systeem van logica in 1843 en de Beginselen van de politieke economie in 1848 vestigden zijn reputatie.
In 1851 trouwde hij met Harriet Taylor; zij stierf in 1858, Over vrijheid verscheen in 1859 en Utilitarisme in 1861.
Van 1865 tot 1868 Lagerhuislid voor Westminster, publiceerde hij in 1869 De onderwerping van vrouwen en stierf hij in 1873 in Avignon.
John Stuart Mill werd in 1806 in Londen geboren en thuis onderwezen door zijn vader, James Mill, een Schotse historicus en naaste bondgenoot van Jeremy Bentham. Hij begon met Grieks op driejarige leeftijd en met Latijn in zijn achtste levensjaar, en studeerde daarna onder voortdurend toezicht logica, geschiedenis en politieke economie, een opvoeding die hij later in zijn Autobiografie beschreef. Een verblijf in Zuid-Frankrijk in 1820–1821 bij de familie van Samuel Bentham verruimde zijn blik. In 1823 trad hij in Londen in dienst van het Examiner’s Office van de Britse Oost-Indische Compagnie, waar hij vijfendertig jaar werkte, totdat de Compagnie in 1858 het bestuur over India verloor. Zijn politieke denken is verweven met dat imperiale bestuur.
In 1826, op twintigjarige leeftijd, maakte Mill door wat hij een crisis in zijn geestelijke geschiedenis noemde: de hervormingsdoelen die hij had leren nastreven, leken hem niet langer gelukkig te kunnen maken. De poëzie van Wordsworth, de geschriften van Coleridge en Carlyle, de saint-simonisten en later Auguste Comte hielpen hem het enge benthamisme van zijn jeugd te verruimen zonder de maatstaf van het nut op te geven. In 1830 leerde hij Harriet Taylor kennen, wier intellectuele partnerschap hij zijn hele leven zou erkennen. Een systeem van logica, verschenen in 1843, verdedigde een empiristische opvatting van gevolgtrekking en causaal onderzoek, en de Beginselen van de politieke economie uit 1848 werden een standaardwerk.
Na de dood van Harriet Taylors eerste echtgenoot trouwde Mill in 1851 met haar. Hij verliet de Britse Oost-Indische Compagnie in 1858, en zij stierf datzelfde jaar in Avignon; hij kocht een huis vlak bij haar graf en bracht daar een groot deel van zijn laatste jaren door met haar dochter Helen Taylor. Over vrijheid, verschenen in 1859 en voorgesteld als gezamenlijk werk, verdedigt de individuele vrijheid tegen de druk van de publieke opinie evengoed als tegen die van de wet. Utilitarisme verscheen in 1861 in Fraser’s Magazine en in 1863 als boek, terwijl Beschouwingen over representatieve regering, eveneens uit 1861, evenredige vertegenwoordiging, meervoudig stemrecht en het gevaar van klassenwetgeving besprak. Hoe groot Harriet Taylors bijdrage was, blijft omstreden.
In 1865 tot Lagerhuislid voor Westminster gekozen, diende Mill in 1866 een petitie voor vrouwenkiesrecht in en stelde hij in 1867 voor om in de kieswethervorming het woord ‘man’ door ‘person’ te vervangen; het amendement werd verworpen. Hij was ook voorzitter van het Jamaica Committee, dat gouverneur Edward Eyre wilde laten vervolgen voor de gewelddadige onderdrukking bij Morant Bay. Na het verlies van zijn zetel in 1868 publiceerde hij in 1869 De onderwerping van vrouwen en stierf hij in 1873 in Avignon; zijn Autobiografie verscheen nog datzelfde jaar. Zijn liberalisme, feminisme en utilitarisme blijven belangrijke referentiepunten, terwijl zijn verdediging van de Britse heerschappij in India en zijn opmerkingen over zogenaamd achtergebleven volken om een kritische lezing vragen.
Mills argumenten voor vrije meningsuiting, het schadebeginsel en de gelijkheid van vrouwen blijven centraal in de liberale politieke filosofie, en zijn logica en economie gaven mede vorm aan het Victoriaanse debat. Nog altijd worden zijn bewijs van het nutsbeginsel, de grenzen van schade en het paternalisme van zijn opvattingen over gekoloniseerde volken betwist.
Bronnen & referentiepunten