Thagaste en Carthago
Geboren in Thagaste in Romeins Numidië, studeerde hij retorica in Carthago, waar Cicero’s Hortensius hem naar de filosofie leidde.
Een open bibliotheek van ideeën
Zoek de waarheid door naar binnen te keren, en dan verder.
Augustinus, een Noord-Afrikaanse leraar retorica die bisschop van Hippo Regius werd, verbond de klassieke filosofie, vooral het platoonse denken, met de christelijke Schrift. Zijn geschriften over geheugen, tijd, wil, genade en de twee steden vormden de Latijnse theologie en de westerse filosofie, terwijl zijn opvattingen over zonde, seksualiteit en religieuze dwang sterk omstreden blijven.
Geboren in Thagaste in Romeins Numidië, studeerde hij retorica in Carthago, waar Cicero’s Hortensius hem naar de filosofie leidde.
Ongeveer negen jaar volgde hij de manicheeërs als toehoorder, terwijl hij retorica doceerde in Thagaste en Carthago.
Als hoogleraar retorica in Milaan hoorde hij Ambrosius en las hij platoonse boeken; in 386 bekeerde hij zich en met Pasen 387 werd hij gedoopt.
In 391 in Hippo Regius tot priester gewijd, werd hij omstreeks 395 tot bisschop gewijd en volgde hij kort daarna de bejaarde Valerius op.
Hij schreef de Bekentenissen omstreeks 397–401 en begon na de plundering van Rome in 410 aan De stad van God.
Na de conferentie van Carthago tegen de donatisten in 411 en lange twisten met de pelagianen stierf hij in 430 tijdens het beleg van Hippo door de Vandalen.
Augustinus werd in 354 geboren in Thagaste, een stadje in Romeins Numidië, als zoon van Patricius, een bescheiden grondbezitter die zich pas laat liet dopen, en Monica, een vrome christin. Zijn familie bracht offers zodat hij grammatica en retorica kon studeren in Madauros en daarna in Carthago, waar hij zo’n vijftien jaar samenleefde met een vrouw wier naam hij nooit noemt en bij wie hij een zoon kreeg, Adeodatus. Op zijn negentiende wekte Cicero’s Hortensius zijn liefde voor de wijsheid. Teleurgesteld door de eenvoudige stijl van de Bijbel sloot hij zich als toehoorder aan bij de manicheeërs, aangetrokken door hun rationele aanspraken en hun dualistische antwoord op het probleem van het kwaad.
Na zijn onderwijs in Thagaste en Carthago vertrok Augustinus in 383 naar Rome en verkreeg hij in 384 de officiële leerstoel retorica in Milaan, toen een keizerlijke residentie. De preken van bisschop Ambrosius lieten hem zien dat de Schrift figuurlijk gelezen kon worden, en de boeken van de platonisten, waarschijnlijk Plotinus en Porphyrius in Latijnse vertaling, leerden hem een onstoffelijk zijn te denken en het kwaad als een gemis aan goed. In 386 gaf hij na een crisis, die hij vertelt in de tuinscène in Milaan, zijn loopbaan en zijn voorgenomen huwelijk op. Teruggetrokken in Cassiciacum met vrienden schreef hij filosofische dialogen, en met Pasen 387 werd hij door Ambrosius gedoopt; Monica stierf kort daarna in Ostia.
Terug in Afrika in 388 vormde Augustinus in Thagaste een gemeenschap van gebed en studie, waar zijn zoon Adeodatus jong stierf. Tijdens een bezoek aan Hippo Regius in 391 drong de gemeente erop aan dat hij tot priester werd gewijd, en omstreeks 395 werd hij bisschop van deze havenstad, een ambt dat hij zo’n vijfendertig jaar bekleedde. Prediken, geschillen beslechten, brieven schrijven en naar concilies reizen vulden zijn dagen. Aan het begin van deze periode schreef hij de Bekentenissen, en lange tijd bestreed hij de donatisten, een rivaliserende Afrikaanse kerk; aanvankelijk wilde hij alleen overtuigen, maar later verdedigde hij keizerlijke dwang tegen hen, een standpunt waarop latere rechtvaardigingen van religieuze dwang zich beriepen en dat scherp bekritiseerd blijft.
Toen de Goten Rome in 410 plunderden, bereikten vluchtelingen Afrika en gaven heidense critici de schuld aan het verlaten van de oude goden; Augustinus antwoordde met De stad van God, geschreven van 413 tot omstreeks 426. Vanaf 411 bestreed hij ook Pelagius en diens volgelingen: hij hield vol dat de mens het goede niet kan willen zonder goddelijke genade en ontwikkelde leerstukken over de erfzonde en de predestinatie die in de westerse theologie centraal en omstreden werden. Tegen het einde van zijn leven nam hij zijn geschriften door in de Retractationes. Hij stierf in 430 in Hippo, terwijl de Vandalen de stad belegerden; zijn biograaf Possidius stelde een catalogus van zijn werken samen.
De invloed van Augustinus loopt door de middeleeuwse theologie, de twisten van de Reformatie over de genade, latere vergelijkingen tussen zijn ‘als ik me vergis, besta ik’ en het cogito van Descartes, Arendts proefschrift over de liefde en het begin van Wittgensteins Filosofische onderzoekingen. Zijn leer van de erfzonde, zijn wantrouwen tegenover seksueel verlangen en zijn verdediging van dwang tegen de donatisten horen ook bij die erfenis en roepen blijvende kritiek op.
Bronnen & referentiepunten