Geboorte in Córdoba
Mozes ben Maimon werd in Córdoba, toen onder Almoravidische heerschappij, geboren in een familie van rabbijnse rechters.
Een open bibliotheek van ideeën
De Wet begrijpen zonder de rede te verraden.
Mozes Maimonides, geboren in Córdoba en werkzaam als arts en gemeenschapsleider in Fustat, was zowel de belangrijkste codificeerder van het joodse recht als een filosoof gevormd door de aristotelische traditie van de islamitische wereld. Met zijn Misjnacommentaar, zijn Hebreeuwse wetboek en zijn Arabische Gids der verdoolden wilde hij laten zien dat de Wet, juist uitgelegd, samen kan gaan met bewijzende kennis van God en natuur.
Mozes ben Maimon werd in Córdoba, toen onder Almoravidische heerschappij, geboren in een familie van rabbijnse rechters.
Nadat de Almohaden Córdoba hadden ingenomen, vertrok de familie en zwierf zij door al-Andalus voordat zij zich in Fez vestigde.
Na een reis door het land Israël vestigde de familie zich in Egypte, waar hij zijn Misjnacommentaar voltooide.
De Brief aan Jemen gaf raad aan een bedreigde gemeenschap, en de Misjne Tora gaf de hele Wet een systematische Hebreeuwse vorm.
Als arts in de kring van Saladins vizier voltooide hij de Gids der verdoolden en verdedigde hij de opstanding in een afzonderlijk traktaat.
Hij stierf in Fustat; volgens de overlevering werd hij in Tiberias begraven, terwijl zijn Gids in Hebreeuwse vertaling begon te circuleren.
Mozes ben Maimon werd in 1138 (sommige bronnen noemen 1135) in Córdoba geboren in een familie van rabbijnse geleerden; zijn vader Maimon was rechter. Na de Almohadische verovering van 1148 werden joden en christenen onder druk gezet zich te bekeren of te vertrekken, en de familie zwierf door al-Andalus voordat zij zich rond 1160 in Fez vestigde. Of zij zich daar uiterlijk aan de islam aanpasten, blijft omstreden. Zijn opleiding verbond Talmoed en rabbijns recht met de Arabische wetenschappen van zijn tijd: logica, astronomie, geneeskunde en de filosofie van al-Farabi, Avicenna en Ibn Bajja.
In 1165 voer de familie naar Akko, bezocht Jeruzalem en Hebron en vestigde zich al snel in Egypte, eerst in Alexandrië en daarna in Fustat. Daar voltooide Maimonides in 1168 zijn Arabische Misjnacommentaar, waarvan de inleidingen de Acht hoofdstukken en de dertien geloofsbeginselen bevatten. Zijn Brief aan Jemen uit 1172 gaf raad aan een gemeenschap die met gedwongen bekering en een messiaanse pretendent werd geconfronteerd. Toen zijn broer David op een handelsreis in de Indische Oceaan verdronk, ging hij de geneeskunde uitoefenen om in het levensonderhoud te voorzien; later diende hij de kring van al-Qadi al-Fadil, de vizier van Saladin, en leidde hij periodiek de joodse gemeenschap van Egypte.
Rond 1178 voltooide Maimonides de Misjne Tora, een wetboek dat het hele joodse recht ordent in veertien boeken in helder Misjna-Hebreeuws. Het bevat ook wetten die in zijn tijd niet konden worden nageleefd, zoals die over de Tempel en het koningschap, omdat hij de Wet als één begrijpelijke orde opvatte. Het openingsboek, het Boek der kennis, behandelt het bestaan en de eenheid van God, de bouw van de hemelen, morele houdingen en de plicht tot studie. Door bronnen en afwijkende meningen weg te laten wilde hij lezers het doolhof van de oudere literatuur besparen; critici, vooral Abraham ben David van Posquières, reageerden met scherpe glossen, en het wetboek werd het vertrekpunt van latere juridische commentaren.
Rond 1190 voltooide Maimonides in het Judeo-Arabisch de Gids der verdoolden, opgedragen aan zijn leerling Jozef ben Juda, aan wie hij de hoofdstukken stuurde naarmate ze klaar waren. Het werk richt zich tot gelovigen met een filosofische vorming die verontrust zijn door de letterlijke zin van de Schrift. Het gaat van een lexicon van bijbelse termen naar goddelijke attributen, schepping, profetie, voorzienigheid en de redenen voor de geboden, en waarschuwt dat sommige tegenstrijdigheden opzettelijk zijn. Hij stierf in 1204 in Fustat, kort nadat Samuel ibn Tibbon de Hebreeuwse vertaling had voltooid. Na 1230 verdeelde de controverse over zijn filosofische geschriften gemeenschappen in de Provence en Noord-Frankrijk, terwijl een Latijnse versie Thomas van Aquino bereikte; lezers van Spinoza tot Leo Strauss twisten nog altijd over hoe de Gids gelezen moet worden.
Zijn wetboek blijft een hoeksteen van de studie van het joodse recht, en de Gids vormde joodse, christelijke en latere filosofische debatten, van Thomas van Aquino, die ‘Rabbi Mozes’ citeert, tot Spinoza’s kritiek op de schriftuitleg. Geleerden zijn het nog altijd oneens over de vraag of de Gids een esoterische leer verbergt of een open onderzoek vastlegt.
Bronnen & referentiepunten